okt 31, 2009

Laat ons bidden

Redelijk uit de kluiten gewassen én net als mieren nogal intrigerend. Ik heb het over de bidsprinkhaan. Sinds enkele weken een veel voorkomende passant op het terras en daarrond. Sommigen felgroen anderen grijsbruin. Meest opvallend zijn het krachtige voorste potenpaar die in rust een bidhouding lijken aan te nemen. Maar ook het aliënachtig driehoekig kopje met de 2 grote samengestelde ogen (in totaal hebben ze 5 ogen) vind ik geweldig, als je een exemplaar even gade slaat zie je dat af en toe een beetje vervaarlijk jouw richting uitkijken.

Bidsprinkhanen zijn ondanks de hun naam eerder verwant aan de kakkerlakken dan aan sprinkhanen. Het zijn carnivoren en eten alles wat ze aankunnen. Vind het sowieso al aardige beestjes maar het feit dat ik ze dus mee heb in mijn strijd tegen de spinnen zet hen toch weer net op een hoger schavotje.

Als ik er ééntje tegenkom onderweg breng ik het beste dier mee en krijgt hij of zij een tijdje terrasarrest (mooi woord).

Bidsprinkhanen zijn geen beste vliegers. De mannetjes vliegen soms wel 's nachts, overdag vormen ze door hun schrikkleuren id vleugels vaak een makkelijke prooi. Bidsprinkhanen hebben een groef aan de onderzijde van de methatorax, dit is het derde en achterste segment van het borststuk. Hierin zijn twee tegenover elkaar gelegen tympana (trommelvliezen) aanwezig, met achter ieder trommelvlies een met lucht gevulde holte. Het orgaan is zo gebouwd dat het ultrageluid kan waarnemen. Dit is een aanpassing op de vleermuis die op de meestal vliegende mannetjes jaagt.

Sommige van onze katten kijken er niet eens naar (of zien ze waarschijnlijk niet eens wegens de goeie camouflage) maar andere vinden bidsprinkhanen toch wel een leuk speeltje. Af en toe red ik er dan ook ééntje van een gewisse dood.

 

De commentaren zijn gesloten.