dec 04, 2008

Ze hangt

Ze hangt of toch bijna. Eergisteren heeft hij met de naaimachine gevochten en nu heeft hij het aan de stok met de .. euh.. de stok. De stok waarop ze gedrapeerd zal worden.

Voor de rest is het hier miezerig, nat, fris, grijs kortom redelijk ongezellig. Maar de stoof doet wonderen, alleen daar wordt ge zo moe van. Elke dag sjouwen, en we moeten hoe langer hoe dieper het bos in.

Terwijl iedereen het heeft over eucalyptus, medronho, den of ander hout,  maken wij vooral gebruik van de zware wortels en takken van de Cisteroos. Ook de kurklaag van de dode eiken gaat de stoof in en straalt een korte maar hevige warmte uit.

Wel onnozel eigenlijk, telkens ik iets wil opzoeken dat verband houdt met Portugal stoot ik op mijn eigen blogje. Ook nu weer met de cisteroos. Wat een verantwoordelijkheid ! Bloggers zijn sowieso gevaarlijk naar het schijnt en fotografen ook.

Cremdinges 


© Reuters

Ondertussen hangt ze, de nieuwe gordijn. Ooooh !

nov 30, 2008

met kater in bed en korianderverhaal

Niet Bache noch Bova heeft op een stille zondagmiddag de eer het bed te mogen delen met O Senhor, het gaat hier om een catarrh.

Al jaren loop ik rond met een fotootje van bovengenoemde waarin hij zich bevindt in een staat van bijna ontbinding. Het bewijsmateriaal heeft als doel ontradend te werken en dat werkt al jaren, hij moet het beeld zelfs in zijn hersenen geprint hebben. Niet zo gisteren dus:

We belandden bij de 'president' aan de dis. President mag je hier vertalen als dorpshoofd, ook niet mis want de aardige man wist ons te vertellen dat wat ons overkomen is in september (inspectie van onze verbouwing) zééér uitzonderlijk voorkomt en we hadden meteen naar hem toe moeten gaan opdat hij wel eens een woordeke zou placeren bij de verantwoordelijken ! Tja, te laat, het werk door de architect is reeds verricht en daar ontkomen we dus niet aan de factuur. Verdoeme toch.

Hoe waren we daar nu verzeild ?

Een vergadering voor landeigenaars en hoe we een soort van coöperatie kunnen bewerkstelligen om bvb onze terreinen zo goed mogelijk te beschermen tegen branden of hoe onze medronhobomen wat kunnen opbrengen in de vorm van vuurwater, waarna menig O Senhor zich lazarus kan zuipen en de volgende morgen (middag)ontwaakt met een catarrh. Maar dit geheel terzijde. In de voormiddag de autochtonen en 's namiddags de 'vreemdelingen'. Na afloop gaan we nog een galao drinken en wat pinten hijsen. Voor mij te koud dat bier, dus ik blijf nuchter. Dat bleek al een goed begin want toen de zoon van de president, de aroma's van zijn pas geplukte koriander kwam verspreiden in het café en besloot om mee te gaan hijsen met ons (wij, een Engels en Duits koppel) kwam van het één het ander, niet waar...

Hij nodigde ons prompt uit bij zijn familie, waaronder papapresident natuurlijk. Er werd bacalhau gebakken op het vuur, rijkelijk overgoten met écht (h)eerlijke olijfolie, de bijna verwelkte koriander, wat citroen en de onontbeerlijke oneindig veel tenen look. Mmmmm!!! Zo simpel en lekker met een Portugees boke. Maar waar wou ik eigenlijk ook weer toe komen ? Ah ja, de wijn vloeide al even rijkelijk door de Portugese, Duitse en Belgische slokdarmen. Omdat ik weer de slimste maar vooral kouwelijkste (of was het nu omgekeerd ?) was ben ik na 2 glaasjes gestopt met borrelen...O Senhor het fotoke niet meer indachtig bleef maar schenken...

En nu ligt dat hiernaast mottig te wezen, koppijn te hebben, kortom zich ellendig te voelen. Arme man...of arme ik want die clown gaat sebiet niet mee hout sprokkelen vrees ik. Grrr!!!


 

('Een kater hebben' wil zeggen zich niet lekker voelen tengevolge van een roes, een drinkpartij. Deze uitdrukking is niet voor de 19e eeuw bekend. Hij is ontleend aan het Duits, waar men zegt 'besoffen wie ein Kater, einen Kater haben. Het is een woord afkomstig uit de studententaal van Leipzig, die sedert 1850 het daar gebruikelijke kater voor catarrh in deze zin onverneemt en dat zich snel in studentenkringen verspreidde. (Bronnen: Van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal Nederlands Etymologisch woordenboek van Jan de Vries. Uitg. Het Spectrum, 2004))